Nieuws

Inspiratiedag LP

Inspiratiedag LP’ers

4-11-2017   INSPIRATIEDAG ‘Jouw leven in een boek’

In alle vroegte vertrok ik van huis, met het kippenlijntje naar Amersfoort. De Inspiratiedag ‘Jouw leven in een boek’ voor Levensverhalen Professionals zou plaatsvinden bij Seats2Meet. Hopelijk een prettige ruimte, zo dacht ik bij mezelf. De S2M-locatie waar ik ooit een keer geweest was, was een donker hol, dus vandaar mijn ietwat haperend enthousiasme. Tot mijn verrassing en opluchting bleek Seats2Meet in Amersfoort, pal boven het station, een oase van licht, hier en daar zelfs kleurrijk licht. Wat een fijne plek om rond te lopen, o.a. over de loopbrug vanwaar je direct de stationshal overziet en die leidt naar verschillende zalen. De vriendelijke ontvangst door de locatiebeheerster en natuurlijk door de organisatoren van deze inspiratiedag, Daniëla Postma en Jan-Willem Gerth, gaven me direct het gevoel dat het een mooie dag zou worden. Het vertrouwen daarin was mij reeds weken eerder door het programma ingegeven, en werd nu weer direct verder aangewakkerd door de aangename entourage.

‘Mensen zijn storytelling animals’ aldus Esther Kornalijnslijper in haar introductie van de dag. Kom maar op, dacht ik (ik ben sedert enige jaren werkzaam als optekenaar van levensverhalen, maar van oorsprong diergedragsbioloog). Door Esthers openingswoorden belandde ik precies waar ze me wilde hebben: op het puntje van mijn stoel.

Hoe levenservaringen tot boeken leiden
Daar bleef ik gedurende de volgende lezing, van Simone Berger, zitten, en velen (circa 35 vrouw/ 2 man) met mij. Simone nam de zaal mee in haar ervaringen tijdens haar zoektocht naar het levensverhaal van haar vader die opgroeide in Nederlands-Indië. Het verhaal van haar vader leidde tot een prachtig boek Istori Kita, dat ook anderen uitnodigt het eigen verleden te laten spreken. Het stellen van open vragen werkt niet altijd uitnodigend, zo schetste Simone ons, terwijl gerichte vragen op basis van foto’s of citaten uit de periode waarin de verteller jong was, zijn of haar eigen verhalen terug in de herinnering kunnen brengen.

Een kijkje in het leven van Agnes van Overveld volgde. Haar leven veranderde drastisch door een hersenvliesontsteking, opgelopen in een ziekenhuis. Vervolgens nam het even drastisch nog een aantal wendingen, maar dan ten goede. Het ervaringsboek dat zij daarover publiceerde, Windkracht 6, heeft al naar vele lotgenoten zijn weg gevonden. Mede dankzij de openhartige wijze waarop Agnes haar verhaal vertelt, zo ondervonden wij als luisteraars terplekke.

Verschillende invalshoeken
Twee van de zes (in twee rondes) aangeboden workshops volgde ik. Bij Anke de Jong-Koelé kregen we inzicht in haar werkwijze met cliënten, jong en oud, die een dierbare verloren hebben of anderszins een verlies hebben moeten doorstaan. We konden kaartjes met vragen, beelden of foto’s inzien en we oefenden in het afmaken van door Anke gegeven zinnen. Ik ervoer dat er meer opkomt dan ik had gedacht. Het opschrijven van eigen gevoelens en ervaringen helpt bij het ordenen ervan. Dat is voor velen een begin van omgaan met verlies.

Stond bij Anke centraal het louter schrijven voor eigen gebruik, in de workshop van Brenda van Dijk ging het over het andere uiterste: hoe kun je je levensverhaal zo opschrijven dat het geschikt is voor verkoop? Brenda stak van wal aan de hand van boeken die zij geredigeerd heeft en algauw buitelden bruikbare tips en aanwijzingen over elkaar heen. Begrijp me goed: dat deed Brenda op overzichtelijke wijze, van het begin tot het eind. ‘Denk goed na over de structuur,’ zo hield ze ons voor, ‘misschien zitten er wel drie boeken in je boek.’ Dank je Brenda, zo had ik het nog nooit bekeken. De tijd vloog om.

Doe het
Terug in de gemeenschappelijke ruimte aan het eind van de middag nam Jan-Willem Gerth ons nog even bij de hand. De waarde van het vastleggen van verhalen op schrift kan niet genoeg worden benadrukt, aldus Jan-Willem. Ook al maak je maar één exemplaar, wat tegenwoordig kan via Printing on Demand, DOE HET! Een welkome aansporing, zelf heb ik net vorige week een gesprek gehad met iemand van ver in de tachtig die een kast vol schrijfsels heeft waar ze een boek van wil maken. De oproep van Jan-Willem helpt me vooruit. Wie weet klop ik zelfs over enige tijd aan bij zijn uitgeverij Van Brug met een manuscript dat voor de verkoop geschikt is.

Tot slot wachtte ons de presentatie van het boek van en door Daniëla Postma, Dit levensverhaal hoort in een boek. Na enige inleidende woorden van de auteur, zoals altijd vol aanstekelijk enthousiasme, citeerde ze de laatste zinnen van haar eigen achterflaptekst: ‘Als je alle ervaringsverhalen in dit boek leest, ontdek je dat slechts één ding 100% zeker is: ergens zal het toch net iets anders lopen dan jij vooraf had ingeschat.’ Door de wijze waarop Daniëla haar gedrukte tekst uitsprak, borrelde bij mij na een paar woorden de gedachte op: Hé, zou er iets zijn met het boek? Het was me al eerder opgevallen dat er nergens dozen stiekem in een hoek stonden te wachten, ook nu niet op het podium…

Volle handen
Daniëla vervolgde haar praatje. ‘Tot mijn grote spijt is er bij de druk van mijn boek iets misgegaan in de techniek, waardoor de boeken niet op tijd van de pers zijn gerold. Daardoor moet ik jullie voorlopig helaas met lege handen naar huis sturen.’ Zo vertelde ze kranig, kort en helder haar ongemakkelijke boodschap. De zaal viel stil. Mijn buurvrouw fluisterde naar mij: ‘Dit vind ik vooral naar voor Daniëla, dat dit háár moet overkomen.’

Ik kan er welgemeend aan toevoegen: de zinsnede over die lege handen klopt niet, want onze handen waren door de dag heen al rijkelijk gevuld met interessante verhalen, oefeningen, gesprekken met bekenden en visitekaartjes van nieuwe contacten. Daniëla en Jan-Willem, jullie hebben een mooie dag georganiseerd, een ware inspiratiedag. Dank jullie wel daarvoor!

 

 

cavia smult hooi

cavia smult hooi

8-8-2015   ‘IK GA OP REIS EN NEEM MEE…’

Voor mij is een andere slagzin van toepassing, want ik blijf thuis: ‘Ik blijf thuis en heb onder mijn hoede…’

Het antwoord luidt: drie huizen, twee groente-abonnementen en één cavia. Ik maak van alles mee. Bij die drie huizen zitten drie mooie tuinen, waarvan de eigenaars graag zien dat die bij terugkomst nog steeds in bloeiende staat verkeren. Een van de huizen wordt op onregelmatige tijden bevolkt door de zoon des huizes die al elders woont, maar toch of juist als de ouders zijn gevlogen, het ouderlijk huis wel een rustig toevluchtsoord vindt. Ik weet dat twintigers die zo komen aanwaaien bijna altijd vergeten om even te melden aan de huisoppassers dat ze er zijn – mijn eigen kinderen doen dat ook niet consequent bij onze buren als die op ons huis passen. Dat heeft tot gevolg dat ik soms als ongewenste inbreker de jeugdige op stang jaag of dat ik aan de deur sta te morrelen terwijl die op het nachtslot zit. Bijkomend probleem is dat het noodzakelijk tuinonderhoud – sproeien – er meestal bij inschiet, d.w.z.: vergeten wordt door zoon- of dochterlief, waardoor ik als de vogel weer gevlogen is (goed opletten welke tekenen hierop wijzen), planten en bloemen weer in het gareel moet zien te krijgen in de tijd die rest.

Twee groente-abonnementen: dat is natuurlijk wat veel van het goede. Eentje is al veel want iedere week twee grote komkommers en twee blakende courgettes wegwerken valt heus niet mee – ik ben maar met twee personen thuis. Vier komkommers en vier courgettes, daar kan ik een hut mee bouwen, misschien leuk voor de cavia; maar die zit aan een dieet van langwerpige en x-vormige brokjes plus hooi in een heuse ruif. Omdat ik weet hoe gevoelig cavia’s zijn – ik had er als kind ook eentje en ik vond het vreselijk om hem aan een vreemde toe te moeten vertrouwen in de grote vakantie – ga ik geen gekke dingen uithalen met deze kostganger. Ik krijg nachtmerries bij de gedachte alleen al. Nee, andermans levende have krijgt van mij tweemaal daags bezoek.

Tot overmaat van plezier krijg ik deze keer ook ervaring in de omgang met alarminstallaties in een van de huizen, want ook die krijg ik er gratis bij – niets wordt me bespaard als goedwillende buurtbewoner annex huizenoppasser. Zelf heb ik al jaren de gebruiksaanwijzing van mijn woning (met kopjes als ‘planten’, ‘kranten’, ‘kat’, ‘gordijnen’) netjes op papier staan zodat oppassers altijd kunnen nalezen hoe het ook al weer precies zat. Ik vind ’t vanzelfsprekend om dit even op papier te zetten, maar geen van mijn drie huizen hebben een dergelijk document. Goed, de alarminstallatie van een van mijn huizen heb ik door trial and error leren aan- en uitzetten, nadat de eigenaar mij vanuit zijn vakantiebestemming belde met de vraag of ik nog even het zolderraam wilde sluiten. Best stressvol als je zoals ik nooit met zo’n alarm gewerkt hebt. Maar het lukte me na telefonische assistentie van dezelfde eigenaar. Uiteindelijk verklapte hij ook nog dat het alarm helemaal niet was aangesloten op een of andere instantie zoals politie of brandweer… ‘We zijn geheel autonoom’ zoals hij me trots onder vier oren door de telefoon meedeelde.

Heerlijk, thuisblijven en toch drie ‘vakantiehuizen’ hebben – wat wil je nog meer? Mooi weer hebben we ten tijde van dit schrijven ook, hier in Nijmegen!

 

Twee handen vol

‘Twee handenvol levensverhalen’

5-5-2015     TWEE HANDENVOL LEVENSVERHALEN

In mei van 2015 bestaat Ervaringskennis In Kaart vijf jaar. In die afgelopen jaren heb ik twee handenvol levensverhalen gemaakt: voor vijf mensen in Nijmegen, en voor vijf mensen in de regio.

Men denkt vaak dat alleen oude mensen hun levensverhaal willen laten optekenen, maar dat is niet zo: ik heb ook de verhalen van mensen rond dertig en veertig jaar vastgelegd.

Ieder heeft zijn of haar persoonlijke motieven voor het vertellen en op laten schrijven van het levensverhaal. De redenen kunnen heel uiteenlopend zijn. Mensen willen terugkijken op hun leven, een tussenbalans opmaken of overzicht krijgen. Oudere mensen worden vaak aangespoord door hun kinderen: ‘Toe mam, schrijf je verhalen eens op voor ons en voor de kleinkinderen…’ Samen met mij lukt dat dan ook daadwerkelijk. Er kunnen ook treurige redenen bij zitten: een naderend levenseinde voor jonge mensen bijvoorbeeld of de ervaring dat hulpverleners weinig tijd hebben om te luisteren naar iemands achtergronden.

Het afgelopen jaar heb ik ook mijn eigen levensverhaal opgeschreven omdat ik graag wilde ervaren wat het doet om m’n verhaal op papier te zien. Want mensen die hun levensverhaal aan mij vertellen, krijgen op een gegeven moment hun eigen verhaal ook zwart op wit te lezen. Eerst ter correctie en aanvulling. Later, na een aantal sessies, ronden we samen het verhaal af: daarmee maken vertellers een heel proces door. Dat wilde ik ook ervaren, voelen hoe dat is. In mijn geval schreef ik m’n verhaal direct op – dat is natuurlijk anders dan het vertellen en laten opschrijven, maar er zijn ook overeenkomsten. Zoals het feit dat je op een goed moment toch echt de laatste keer de tekst nakijkt voordat die definitief is. Een levensverhaal is weliswaar nooit compleet of af – het is altijd een momentopname – maar tegelijkertijd is de dag dat het verhaal naar de drukker gaat een gewichtig moment: de betrokkene kan niets meer toevoegen of veranderen aan déze woorden op dít papier. Doordat ik dat nu zelf heb gedaan, kan ik dat goed begrijpen. Dat geldt ook voor andere aspecten van het proces, bijvoorbeeld hoe het is voor vertellers om te twijfelen over wat men wel of niet in het verhaal zal zetten. Soms ook uiten vertellers het gevoel iets belangrijks te vergeten. Met de juiste vragen komt dan toch boven water wat er nog per se in moet. Ik bedacht me op het allerlaatste moment ook pas een ‘detail’, dat voor mij zo vanzelfsprekend was dat ik het juist daardoor nog niet vermeldde; maar het hoorde wel bij mijn verhaal.

Ik heb mijn levensverhaal in een boekje gegoten en vind het waardevol dat mijn verhaal op deze manier voor mijn kinderen bewaard wordt. Mijn kinderen hebben mijn vader en moeder nooit gekend, dus zij hebben de sfeer waarin ik opgroeide niet kunnen proeven. Vandaar dat ik in het boekje vooral over mijn jeugd vertel.

Over de jeugd van mijn vader en moeder weet ik, op mijn beurt, heel weinig en dat vind ik jammer. Tenminste dat vind ik, nu ik rond de zestig jaar ben – eerder maakte ik me daar nooit zo druk om.

Ook op andere manieren werk ik mee aan het vastleggen van verhalen over levens- en ervaringskennis: zo was ik in het najaar van 2013 betrokken bij het project ‘Vertel mij wat’ van Circustheater Stoffel, regio Nijmegen. Bij dit project leren oudere mensen hun verhalen over vroeger op een mooie manier te vertellen en voor te dragen voor anderen. En bij Stichting Dogs Make a Difference leg ik ervaringsverhalen vast van vrijwilligers die met hun eigen hond op bezoek gaan bij oudere mensen of gehandicapten. De bezochte personen beleven plezier aan dergelijke aai- en knuffelbezoekjes, en de hond en het baasje ook.
Verder maak ik korte levensloop-verhalen voor en over mensen die wonen in verpleeghuizen van de zzg-zorggroep in Nijmegen. Hierbij heb ik gesprekken met de mantelzorgers van bewoners, want zelf kunnen bewoners vanwege voortschrijdende dementie meestal niet meer vertellen over hun leven.
Mijn drijfveer bij deze activiteit is dat ik zelf een broer heb gehad die niet goed kon praten. Mijn broer was vanaf z’n geboorte volledig doof en woonde op latere leeftijd in een gezinsvervangend huis. Ik merkte dat het heel erg belangrijk voor zijn welzijn was, dat z’n achtergrond bekend was bij het verzorgend en verplegend personeel. Vandaar dat ik zijn levensverhaal kort en bondig vastlegde. Alle bewoners van instellingen en ook mensen die thuis worden verzorgd en/of verpleegd wens ik toe: dat hun levensverhaal ‘ergens staat’ en bekend is bij degenen die nauw betrokken zijn bij de zorg.

Het zal u niet verbazen dat ik ook de volgende vijf jaren zal werken vanuit de slagzin:

Mijn ideaal: iedereen zijn of haar levensverhaal!